Even voorstellen: Rianneke de Ritter en de MRI

Even voorstellen
Rianneke de Ritter en de MRI

In iedere nieuwsbrief stellen we u aan één van onze medewerkers voor en beschrijven we het onderzoek dat ze uitvoeren. Deze keer is het de beurt aan Rianneke de Ritter die werkt met de MRI-scanner.

“De MRI-scanner? Ik kan me niet herinneren dat ik daar in lag”, zult u wellicht denken en dat klopt. Pas sinds december 2013 gebruikt De Maastricht Studie een MRI-scanner bij het onderzoek. U kunt echter gerust zijn, elke deelnemer krijgt uiteindelijk de kans om vrijwillig een MRI-scan te laten maken, waarover later meer.

Gezondheidswetenschapper Rianneke de Ritter kwam vanuit Zeeland in Maastricht studeren. “Ik kon kiezen tussen Maastricht en Amsterdam. Maastricht sprak me als kleinschalige stad meer aan omdat ik zelf ook uit een kleinschalig gebied kom.” Ze studeerde in Maastricht en de Venlose vestiging van de universiteit. Via haar stage kwam ze in aanraking met De Maastricht Studie: “Ik deed een afstudeeronderzoek naar de relatie tussen de inname van vitamine B, type 2 diabetes en het functioneren van de hersenen. Na afloop mocht ik blijven voor het helpen organiseren van de vierde visite, waarvan de MRI-scan deel uit maakt.” (zie ook het artikel “Wat brengt 2014 nog meer” elders in deze nieuwsbrief).

Een MRI-scan is een onderzoek waarbij de deelnemer in een buisvormige magneet ligt. Die magneet zorgt ervoor dat weefsels in het lichaam een heel klein signaal uitzenden en juist dat signaal wordt in de MRI-scanner gemeten. Er komt dus geen straling aan te pas. Een computer zet het gemeten signaal om in een plaatje van het binnenste van het lichaam.

Voor De Maastricht Studie maken MRI-laboranten scans van de hersenen en de buik. De Ritter: “We willen uitzoeken of en hoe type 2 diabetes het functioneren van de hersenen beïnvloedt. Mensen met diabetes hebben vaker een hoge bloeddruk. Van hoge bloeddruk is bekend dat het  structuren in de hersenen verandert. Ook kijken we naar de lever, de alvleesklier en de verdeling van het lichaamsvet in de buik. Ligt het vetweefsel netjes onder de huid of zit het tussen de organen? We denken dat vetweefsel tussen de organen ongunstig is voor het krijgen van type 2 diabetes maar ook hart- en vaatziekten.”

Tijdens de derde visite onderging iedereen een onderzoek naar de verdeling van vet- en spierweefsel in het lichaam. Daarvoor kreeg elke deelnemer electroden op handen en voeten. Waarom dan nog een meting van de vetverdeling? “De MRI geeft een specifieker beeld over de plek waar het vetweefsel zit. Bovendien hopen we met de extra gegevens een nog beter inzicht te krijgen in de rol van vetweefsel bij het ontstaan van diabetes type 2 en hart- en vaatziekten”, zegt de Ritter.

De MRI-scan kan bij toeval iets aan het licht brengen. Vooral vanwege mogelijke toevalsbevindingen wordt de MRI-scan pas sinds december 2013 ingezet. Het onderzoek vergde meer voorbereiding van de onderzoekers. Ook de medisch ethische commissie en de Gezondheidsraad in Den Haag hielpen hierbij mee. De Ritter: “Vooraf vragen we de deelnemers wat we moeten doen als we bij toeval iets ontdekken. Er zijn drie opties: We vertellen alles wat we zien, we vertellen het alleen wanneer er een behandeling voor de toevalsbevinding bestaat of we vertellen helemaal niets. Stel echter dat iemand kiest voor de laatste optie en we vinden een levensbedreigend probleem, dan beslist een medisch ethische commissie over wat we met die ontdekking moeten doen.”

Tot april gingen 400 mensen in de MRI-scanner. Volgens de Ritter reageren ze allemaal enthousiast: “Bijna iedereen die we vragen doet ook mee. De meesten zien de scan als een extra gezondheidscontrole. We begonnen in december 2013 met de deelnemers die in december 2012 hun derde visite afrondden. Langzaam maar zeker halen we de huidige deelnemers in zodat straks iedere nieuwe deelnemer vier visites achter elkaar kan doen. Vanaf dat moment nodigen we ook de deelnemers van voor december 2012 uit. Iedereen die dat wil, komt dus aan de beurt.”