Even voorstellen: Chantalle, Hannah en Laura

Even voorstellen: Geen Maastricht Studie zonder Chantalle, Hannah en Laura


Iedere nieuwsbrief zullen we u aan enkele van onze medewerkers voorstellen en het onderzoek dat ze uitvoeren beschrijven. Deze keer is het de beurt aan Chantalle, Hannah en Laura die werken bij de balie van De Maastricht Studie. Ze zijn de drie medewerkers waar iedere deelnemer van De  Maastricht Studie het vaakst en het langst mee te maken krijgt: Chantalle Tilly, Hannah Bours en Laura Bruijnzeels zijn vanaf het eerste telefonische contact, bijna de hele eerste visite en alle visites daarna het aanspreekpunt bij de balie van De Maastricht Studie.

Tilly werkte al mee aan De Maastricht Studie nog voor dat iemand ervan gehoord had, behalve haar baas, één van de initiatiefnemers van de studie, prof. Coen Stehouwer. “Vanaf de eerste opzet ben ik bij de studie betrokken en sinds de start ervan in 2009 werk ik fulltime in het onderzoekscentrum.” De laatste twee jaar kreeg Tilly versterking van eerst Laura Bruijnzeels: “Van een student hoorde ik over een vacature bij het onderzoekscentrum en omdat ik net klaar was met mijn studie gezondheidswetenschappen in Maastricht kon ik hier aan de slag.” Hannah Bours werkt sinds anderhalf jaar voor De Maastricht Studie: “Aan het eind van mijn opleiding biometrie voor de Zuyd Hogeschool in Heerlen liep ik hier stage en ben daarna blijven hangen.”

De werkzaamheden van de drie medewerksters zijn heel divers. Tilly: “We nemen de telefoon op, schrijven deelnemers in, houden de administratie bij en ondersteunen het management team.” Bruijnzeels over de vragen die ze het vaakst hoort als mensen zich spontaan aanmelden bij De Maastricht Studie: “De belangrijkste drempel is meestal de eigen agenda. De deelnemers willen weten of we de afspraken kunnen inplannen wanneer het hun het best uitkomt. Als ik ze vertel dat dat kan, dan is de grootste stap al genomen. Vaak vragen mensen of ze aan alle onderzoeken mee moeten doen. Dan leg ik uit dat deelname helemaal vrijwillig is en dat ze dus onderzoeken mogen weigeren.”

Het belangrijkste contact met de deelnemers verloopt niet via de telefoon maar van mens tot mens, tijdens de eerste visite. Bours: “We doen die dag alle metingen bij de mensen zoals het bloedprikken. Daarvoor volgden we een prikcursus in het ziekenhuis. We doen het lichamelijk onderzoek en de looptest en nemen alle vragenlijsten af.”

De gesprekken met de deelnemers confronteren de drie keer op keer met mensen die diabetes hebben, de helft van alle deelnemers heeft immer diabetes. “Soms neem je die verhalen mee naar huis”, zegt Bours. Bruijnzeels vult aan: “Als je een hele ochtend doorbrengt met mensen die vertellen over de impact die suikerziekte op hun leven heeft, dan ga je er wel over nadenken. Voordat ik hier werkte dacht ik nooit over de ziekte na.” Tilly: “Sinds ik hier werk ben ik veel bewuster van mijn manier van leven, vooral wat betreft mijn voedingspatroon.”

Ondanks de soms zware gesprekken met de deelnemers met diabetes, gebeuren er volop leuke dingen bij De Maastricht Studie. Wie is er beter op de hoogte over anekdotes dan de medewerksters van de balie? Tilly: “Een van onze taken is het, met de fiets, wegbrengen van alle bloed- en urinemonsters. Toen ik de eerste keer naar het ziekenhuis fietste vergat ik dat de aanhanger achter de fiets breder is dan de fiets zelf. Na een botsing rolden de buisjes bloed over de straat. Gelukkig waren ze zo goed verpakt dat er niets mee gebeurde.” Minder goed loopt het soms af met de bokalen met urine die de deelnemers inleveren. Tilly: “De bokalen worden soms aan het deksel opgetild maar als dat niet goed dicht is, gaat het mis.” Bours: “De inhoud van de bokalen vloeit soms rijkelijk over de vloer.”