Over het onderzoek

Achtergrond

Wat is de Maastricht Studie?
De Maastricht Studie is een onderzoek naar de oorzaken en de gevolgen, in de breedste zin van het woord, van type 2-diabetes (‘suikerziekte’; ‘ouderdomssuiker’) onder 10.000 mensen in de leeftijd van 40 tot 75 jaar die wonen in de regio Maastricht-Heuvelland. Van hen hebben ongeveer 5000 type 2-diabetes en 5000 géén diabetes. Beide groepen zijn representatief voor de bevolking van de regio respectievelijk met en zonder type 2-diabetes. Het onderzoek is gestart in november 2010, na een voorbereiding van bijna 3 jaar. Van 2010 tot 2018 zal de gezondheidstoestand van de 10.000 deelnemers tot in detail in kaart worden gebracht, en vanaf het begin zal worden bijgehouden welke ziekten de deelnemers in de loop van de jaren ontwikkelen.

Door deelnemers met en zonder type 2-diabetes met elkaar te vergelijken, kan inzicht worden gekregen in welke eigenschappen kunnen leiden tot type 2-diabetes. Die eigenschappen kunnen leefstijlfactoren zijn, zoals voeding, lichamelijke activiteit en roken, maar ook erfelijke eigenschappen en sociale factoren, zoals leefomgeving, luchtvervuiling en sociaal-economische factoren.

De vergelijking van deelnemers met en zonder type 2-diabetes zal ons ook leren wat de gevolgen van type 2-diabetes zijn. Vroeger werd gedacht dat diabetes weliswaar ernstige gevolgen kon hebben, maar dat die in essentie beperkt waren tot hartvaatziekten, zoals hartinfarct, herseninfarct en etalagebenen, netvliesafwijkingen, met blindheid als ernstigste gevolg, nierafwijkingen, en afwijkingen van de zenuwbanen, met pijn en tegelijk gevoelloosheid van de benen als symptomen. Dat is natuurlijk al meer dan genoeg, maar recent onderzoek laat zien dat de gevolgen van diabetes nog veel breder zijn: versnelde cognitieve achteruitgang, verhoogde neiging tot depressie, verslechtering van de longfunctie en de stevigheid van de botten, klachten van het maag-darmstelsel, leverafwijkingen, en klachten van het bewegingsapparaat horen er ook bij. Hoe dat komt, weten we niet. Eén van de kernvragen van de Maastricht Studie is dan ook het ontrafelen van de mechanismen waarlangs diabetes tot zo’n enorme diversiteit aan complicaties kan leiden.

Waarom is onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van type 2-diabetes nodig?
Type 2-diabetes komt heel veel voor. In Nederland betreft het zo’n 1 miljoen mensen; wereldwijd, in 2000, 171 miljoen. En dat neemt sterk toe: de verwachting wereldwijd is een stijging tot 366 miljoen in 2030. Op bevolkingsniveau zijn de belangrijkste oorzaken van die enorme stijging de algemene neiging tot minder bewegen en meer (en ongezond) eten, maar andere factoren spelen waarschijnlijk ook een rol, zoals stress en luchtvervuiling. En ook als je dat alles verdisconteert, is de snelle stijging van het voorkomen van diabetes nog niet volledig verklaard; er moeten dus andere, nog onbekende oorzaken zijn. Extra zorgelijk is dat type 2-diabetes steeds vaker op jonge leeftijd voorkomt. Was 20 jaar geleden type 2-diabetes onder de leeftijd van 50 jaar zeldzaam, tegenwoordig is type 2-diabetes bij mensen onder de 25 jaar niet meer uitzonderlijk. Daardoor is de vroegere naam ‘ouderdomsdiabetes’ helaas obsoleet.

De invloed van type 2-diabetes op de kwaliteit van leven is enorm. Ongeveer de helft van alle patiënten heeft de klassieke complicaties, zoals hartvaatziekten, en ongeveer 75% zal daaraan uiteindelijk overlijden. De invloed van de nieuw ontdekte complicaties, zoals versnelde cognitieve achteruitgang en depressie, is nog onduidelijk, maar waarschijnlijk groot.
Eveneens enorm zijn de kosten die gepaard gaan met de behandeling van diabetes. Die kosten worden overigens merendeels bepaald door de behandeling van de complicaties van diabetes, en minder door de diabetes zelf.

Hoe kunnen type 2-diabetes en de gevolgen ervan voorkomen worden?
We weten dat type 2-diabetes voorafgegaan wordt door een periode van drie tot tien jaar waarin de suikerstofwisseling niet meer normaal is (‘gestoorde glucosetolerantie’), maar nog niet zo abnormaal als bij type 2-diabetes. Duidelijke symptomen hebben mensen met gestoorde glucosetolerantie meestal niet. Niettemin blijkt dat bij hen veel van de complicaties van type 2-diabetes al in een lichtere vorm aanwezig zijn, tenminste als dat met gevoelige technieken wordt gemeten. Na deze episode van gestoorde glucosetolerantie treedt type 2-diabetes op, maar vaak zijn dan nog gedurende zo’n vier tot zeven jaar de symptomen daarvan erg vaag, zoals vermoeidheid. In totaal is er dus een periode van zeven tot zeventien jaar waarin sluipend type 2-diabetes en de complicaties daarvan ontstaan. Doordat de Maastricht Studie wordt uitgevoerd bij een heel groot aantal mensen met en zonder type 2-diabetes, en ook met en zonder gestoorde glucosetolerantie, én gebruik maakt van zeer geavanceerde meettechnieken, ontstaat een unieke mogelijkheid de vroege veranderingen in de glucosestofwisseling en de vroege vormen van complicaties te bestuderen, om op die manier de samenhang ertussen beter te begrijpen.

Wat is de Maastricht Studie nog meer?
Doordat een zeer brede waaier aan gevolgen van diabetes wordt onderzocht, en doordat bijna al die gevolgen óók (maar minder vaak) voorkomen bij mensen zonder diabetes, ontstaat vanzelf inzicht in het voorkomen van heel veel chronische ziekten die optreden vanaf de middelbare leeftijd. Uit eerder onderzoek weten we dat die chronische ziekten bovendien de neiging hebben te clusteren: wie er één heeft, heeft ook meer kans op een tweede, derde, vierde en vijfde. Dat komt gedeeltelijk door de aanwezigheid van diabetes, maar gedeeltelijk door andere factoren zoals een ongezonde leefstijl. Kortom: de Maastricht Studie is een onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van diabetes, maar geeft tegelijkertijd inzicht in het vóórkomen, de samenhang en de oorzaken en de gevolgen van chronische ziekten in het algemeen.

Wat maakt de Maastricht Studie uniek?
Dat is de combinatie van drie eigenschappen: 1) het onderzoeken van zowel een groot aantal deelnemers mét als zónder type 2-diabetes, waardoor de stadia van diabetes en zijn complicaties tot in detail kunnen worden bestudeerd; 2) het bestuderen van bijna letterlijk alle mogelijke oorzaken én gevolgen van diabetes; en 3) het feit dat daarbij gebruikt gemaakt wordt van een brede waaier aan deels zeer geavanceerde onderzoekstechnieken. In deze combinatie is er wereldwijd geen onderzoek dat vergelijkbaar is met de Maastricht Studie.

De betekenis van de Maastricht Studie…

…voor de deelnemers.
Van de deelnemers wordt heel wat gevraagd: het complete onderzoeksprotocol neemt drie tot vier dagdelen in beslag. De deelnemers investeren daarmee in de gezondheid van hun kinderen, want veel van de inzichten die in de Maastricht Studie zullen worden verworven zullen vooral ten goede komen aan de volgende generatie. Het duurt immers vaak vrij lang voordat wetenschappelijke inzichten zijn vertaald in praktisch beleid. Maar de deelnemers zullen er zelf óók baat bij hebben. Met de kennis van nú, en de gegevens die nú verzameld worden, ontstaat immers ook een nauwkeurig beeld van de gezondheid en de ziekterisico’s van de deelnemers. Voorzover die gegevens direct nut hebben, zullen de deelnemers daarvan op de hoogte worden gesteld, en advies krijgen over hoe met deze gegevens om te gaan. In praktische zin betekent dat bijvoorbeeld dat deelnemers met een ongezonde leefstijl een op maat gesneden, persoonlijk advies zullen krijgen hoe dat te veranderen.

… voor de ontwikkeling van de regio.
De levensverwachting in de regio Zuid-Limburg is 10 tot 12 jaar korter dan die in gebieden met de hoogste levensverwachting in Nederland. Dat komt voornamelijk door het verhoogd voorkomen van chronische ziekten, waarbij diabetes en hartvaatziekten een belangrijke plaats innemen. De Maastricht Studie zal gegevens opleveren die essentieel zijn om deze trend te keren. Immers, de kennis die door de Maastricht Studie zal worden verworven zal worden ingezet voor de ontwikkeling van nieuwe methoden van preventie, diagnostiek en behandeling van chronische ziekten, in het bijzonder diabetes en hartvaatziekten. Hierdoor zal ook de regionale bedrijvigheid toenemen. Het project zelf zal naar schatting een directe en indirecte werkgelegenheid creëren van rond 250 banen en mede daardoor de ontwikkeling van de regionale kennisinfrastructuur stimuleren. Daarnaast levert het onderzoek inzichten op die van concreet regionaal belang zijn voor het plannen van zorgcapaciteit en preventieve activiteiten.

… voor de wetenschap.
Naast alles wat hierboven is beschreven, is de Maastricht Studie ook een platform voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Om biologische processen bij mensen te ontrafelen zijn technieken nodig die op niet-invasieve wijze die processen kunnen volgen. De Maastricht Studie zal een groot aantal van die technieken testen. Zo zal met de nieuwste generatie echoapparatuur de structuur en de functie van hart en bloedvaten worden onderzocht. Bloeddruk en vaatstijfheid zijn belangrijke risicofactoren voor hartvaatziekten en worden met de nieuwste apparatuur in kaart gebracht. Met nauwkeurige (zogenoemde 3 Tesla) magnetische resonantieapparatuur zullen de structuur van de hersenen, het hart, de bloedvaten en de lever, en de verdeling van vet in het lichaam worden onderzocht. Met hypermoderne CT-scans zal de structuur van de botten en van het hart tot in detail in kaart worden gebracht. Met zogenoemde optischecoherentietomografie zal informatie verkregen worden over het functioneren van dunne zenuwvezels. Met de AGE-reader zal de veroudering van de huid (als maat voor biologische veroudering in het algemeen) worden gemeten. Met een nieuwe laboratoriumtechniek (calibrated automated thrombogram, een Maastrichtse vinding) zal de stolbaarheid van het bloed worden onderzocht. De functie en de structuur van kleine bloedvaten zal worden onderzocht door videomicroscopie en laserdopplerfluxmetrie van de huid en door het maken van gedetailleerde opnamen van het netvlies. Met speciale beweegmeters zal worden onderzocht hoeveel beweging mensen hebben en in wat voor soort patronen. Deze technologische innovaties zullen worden getest op hun bruikbaarheid, waardoor ontwikkeling wordt gekoppeld aan praktische toepasbaarheid.

... voor de Universiteit Maastricht en het Maastrichts Universitair Medisch Centrum.
De Maastricht Studie, een zogenoemd cohortonderzoek, is een essentieel deel van de wetenschappelijke infrastructuur van een moderne universitaire gemeenschap en universitair medisch centrum. Zowel in Nederland als daarbuiten hebben vrijwel alle universiteiten infrastructuur van dit type (maar met een andere focus), hetgeen wordt verklaard door het feit dat veel gegevens over oorzaken en gevolgen van ziekten bij de mens alleen op deze wijze kunnen worden verkregen. Onderzoeksresultaten uit dit soort cohortonderzoek worden dan ook regelmatig gepubliceerd in de meest vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften, zoals de New England Journal of Medicine en de Lancet. Voor het Maastrichts Universitair Medisch Centrum is de Maastricht Studie een kernonderdeel van de ontwikkeling van de zogenoemde Cardiocampus, die zich concentreert op preventie, diagnostiek en behandeling van hartvaatziekten en daarvoor kennis, technologie en bedrijvigheid bij elkaar brengt.

De huidige stand van zaken
De Maastricht Studie is eind 2010 van start gegaan met de inclusie van deelnemers. Eind 2013 hebben ruim 3500 deelnemers het uitgebreide onderzoeksprotocol naar volle tevredenheid doorlopen. Voor de komende jaren wordt beoogd ieder jaar 2000 nieuwe deelnemers in het onderzoek te includeren. Het aantal spontane aanmeldingen is overweldigend, iedere week melden zich 40 tot 50 nieuwe personen aan om deel te nemen aan De Maastricht Studie. Vanaf 2010 is ruim €5,7 miljoen aan nieuw onderzoeksgeld verworven. Dit betreft zowel extern aangetrokken gelden (2,4m€), als (re-)allocatie van MUMC middelen (3,3m€).